Steunpunt Korte Keten,

jouw eerste aanspreekpunt
voor vragen over de korte keten.

Zuivelverwerking op de hoeve becijferd

Auteur: Koen Vanhentenrijk van Steunpunt Korte Keten & Gert Van Thillo van SBB Accountants & Adviseurs
18 november 2021

De afgelopen periode deed het Steunpunt Korte Keten in samenwerking met SBB accountants & Adviseurs onderzoek naar kerncijfers in de hoevezuivelverwerking. Met financiële steun van de FOD Economie werd getracht de economische (meer)waarde van deze neventak te objectiveren en inzicht te krijgen op cijfers als omzetten, kosten & investeringslasten van een zuivelverwerkingstak op een landbouwbedrijf. 

Werkwijze onderzoek

In dit onderzoek werden twee sporen bewandeld. Enerzijds analyseerde het Steunpunt Korte Keten  elf hoevezuivelaars in detail vertrekkende vanuit de SBB-resultaatrekening 2020. Deze rekening werd aangevuld met technische en detailgegevens tijdens één individueel gesprek met de ondernemer. Via een ontwikkelde tool werden de landbouw- en de zuivelverwerkingscijfers van elkaar gescheiden. Bovendien werd er gepoogd om te verdiepen tot op zuivelproductniveau. Anderzijds focuste SBB zich voornamelijk op de investeringen. Zo benaderde zij haar klanten die tussen 2015-2020 VLIF investeringssteun voor korte keten zuivelverwerking aanvroegen. Twintig hoevezuivelaars stemden in om hun cijfers op te laten opnemen in de desktopanalyse.

Deelnemende hoevezuivelaars

Voor het detailonderzoek werd bij aanvang gestreefd naar een homogene pool van bedrijven. Bijgevolg werd er gekozen voor hoevezuivelaars en werden specifieke kaasmakers voorlopig links gelaten. Echter tijdens de individuele bezoeken bleek al snel dat er van homogeniteit weinig sprake was. De basisgegevens in tabel 1 tonen de variatie aan.  

Tabel 1



Op de onderzochte bedrijven kwamen bovendien meer dan elf verschillende eindproducten voor. In de meeste bedrijven werden er minimaal drie verschillende productgroepen aangeboden aan de consument. Het éne zuivelverwerkingsbedrijf is duidelijk het andere niet.

Omzetten - Kosten = Arbeidsinkomen

Ook als we gaan kijken naar de omzetten en de kosten van de zuivelwerkingstak op de onderzochte bedrijven kwamen grote verschillen naar voor (zie tabel 2). Zo varieert de omzet van ± 28.000 tot  ± 549.000 Euro. De omzetmediaan geeft 102.681 Euro aan op jaarbasis. Zetten we de zuivelverwerkingsomzet uit t.o.v. de overige omzet van dit landbouwbedrijf dan bekomen we variatie van 3 tot 88 %. Gemiddeld genomen komt 36% van de omzet op deze landbouwbedrijven uit de zuivelverwerking. Ook voor de totale kosten (exclusief loonkosten) variëren de bekomen cijfers erg, namelijk van ±21.000 tot ±443.000 Euro. De totale kostenmediaan geeft 90.994 
Euro aan op jaarbasis. Door de omzetten te gaan verminderen met totale kosten werd een arbeidsinkomen bekomen. Voor de zuivelverwerking varieert dat van ± 1.300 tot ± 106.000 Euro. De arbeidsinkomenmediaan geeft 22.923 Euro aan op jaarbasis. Delen we dit arbeidsinkomen door het totaal aantal geschatte werkuren bekomen we een arbeidsinkomen per gewerkt uur. Dit varieert op de onderzochte bedrijven sterk namelijk van 0,85 tot 11,58 Euro per uur. Respectievelijk 60 % van de bedrijven houdt meer dan 5 Euro per uur aan arbeidsinkomen over. Gemiddeld genomen verwerft een hoevezuivelaar van deze pool een inkomen van 6,04 euro per uur verrichte arbeid. 

Tabel 2

                                                     

Focus op de investeringen 

In de SBB-desktopanalyse van twintig bedrijven werden de investeringen waarvoor VLIF investeringssteun verkregen werd, bekeken en opgesplitst in onderstaande 5 categorieën (tabel 3). 

Tabel 3

Verwerkingsmateriaal per productgroep populairste categorie

Er werd meestal voor verschillende categorieën investeringssteun aangevraagd. Meer dan 2/3 van de onderzochte groep vraagt een investering aan in drie of meer van de subcategorieën. Liefst 85% vroeg investeringssteun aan voor een investeringen die we kunnen catalogeren voor de verwerking van een bepaalde productgroep (bijvoorbeeld een ijsturbine). Slechts 10% van de ondernemers vroeg steun aan voor een marketinggerichte investering (website, webshop, …). Zie figuur 1.


Figuur 1

Grote spreiding in het totale investeringsbedrag

Als we het totale investeringsbedrag van hoog naar laag rangschikken, zien we een grote spreiding in de hoogte van de investeringen; vier bedrijven investeerden minder dan € 20.000, terwijl vijf bedrijven meer dan €120.000 investeerden. Het mag niet verwonderlijk zijn dat de drie bedrijven met de hoogste investeringskost alle drie bedrijven zijn die starten met hoevezuivel (groen kleur). Zie figuur 2.


Figuur 2

We kunnen opmerken dat de helft van de bedrijven meer dan €75.000 investeert. Het gemiddelde investeringsbedrag is dan ook net geen €70.000. Tegen over de 10 bedrijven met een lagere investeringskost (nummer 11 tem 20), heeft deze groep vooral hogere investeringen uitgevoerd binnen de categorie ‘Gebouwen en inrichting’. 


Creëerde de zuivelverwerking een meerwaarde?

Om de economische (meer)waarde van eigen zuivelverwerking te objectiveren, kijken we terug naar  het detailonderzoek van Steunpunt Korte Keten. De parameter ‘Gecreëerde meerwaarde’ werd gedefinieerd als de omzet zuivelverwerking minus de verwerkte liters melk vermenigvuldigd met de eigen gemiddelde melkprijs, aangezien de melk hier ter plaatse verwerkt wordt en niet naar de melkerij gaat. Deze keuze levert een economische meerwaarde op. In dit onderzoek varieert deze meerwaarde van ±23.000 tot ±526.000 euro. Gemiddeld genomen werd op deze bedrijven dus 77.000 euro gecreëerd door zuivelverwerking. Opgelet hierbij werd geen rekening gehouden met de bijkomende kosten als gevolg van deze keuze.

En op productniveau?

Bij het inzoomen op productniveau werd duidelijk dat op het terrein hierrond zeer weinig gekend is of genoteerd wordt. Het gebruik van niet-ideale verdeelsleutels zoals liters melk, omzet of tijdsinvestering en schattingen waren hiervan een gevolg. De bekomen resultaten op productniveau zijn louter illustratief voor de deelnemende bedrijven en dienen verder individueel bekeken te worden. Algemeen kunnen we stellen dat er duidelijke kosten- en rendementsverschillen zijn tussen verschillende productgroepen en dat de arbeidskosten bijna steeds erg doorslaggevend zijn.

Vervolg?

Heb jij na het lezen van bovenstaande ook zin om een beter zicht te krijgen op een neventak van jouw bedrijf? Laat het dan zeker weten want ook in 2022-2023 gaan we verder opzoek naar Korte Keten Kerncijfers. We zetten we dit onderzoek verder en tevens open voor alle korte keten takken waarvan de cijfers momenteel verweven zitten in de algemene resultaatrekening van het gehele landbouwbedrijf. Contacteer zeker het Steunpunt Korte Keten via ferm.steunpuntkorteketen@samenferm.be bij interesse. 

Dit onderzoek werd mogelijk gemaakt met financiële steun van de FOD Economie.