Steunpunt Korte Keten,

jouw eerste aanspreekpunt
voor vragen over de korte keten.

Vraag van de Maand: VLIF en de Korte Keten

Vraag van de Maand: VLIF en de Korte Keten
Welk risico voor mijn VLIF-steun bij opstart in de Korte Keten?

Vraag: Gisteren was ik op bezoek op een akkerbouw- en fruitteeltbedrijf (LV) dat VLIF-steun geniet (vestigings- én investeringssteun). Het bedrijf heeft verschillende plannen in de Korte Keten. Zo wil men in de nabije toekomst graag de bedrijfseigen aardappelen in een eigen hoevewinkel, via automaten en via enkele lokale supermarkten verkopen. Ook wil men fruitsap laten persen en confituur laten maken van eigen fruit in loondienst door een extern bedrijf uit de buurt. Ook deze producten wil men onder eigen naam verkopen op de hoeve. Om de klantenservice te verhogen, wil men het assortiment in de hoevewinkel verder uitbreiden met een beperkt aantal (streek)producten van collega’s.

Welke van deze activiteiten zou de lopende VLIF-steun in gevaar kunnen brengen? Een antwoord in samenspraak met Jacky Swennen, de specialist van SBB.

Antwoord: VLIF-steun is er voor landbouwers. Bewijzen dat je landbouwer bent, doe je onder meer  aan de hand van je landbouwinkomen. Enerzijds dien je een minimum jaarlijks netto-beroepsinkomen van meer dan 12.000 euro uit landbouw te halen. Anderzijds, en daar zit soms de verwarring bij de hoeveproducenten, mogen jouw inkomsten uit niet-landbouwactiviteiten niet boven het plafond van 12.000 euro uitkomen. Ook mag de maximale omvang van landbouwverbreding niet belangrijker worden dan de eigenlijke landbouwactiviteit.

Wat ziet de VLIF-administratie als landbouwverbreding en wat als niet-landbouwactiviteit?

  • Verkoop van eigen aardappelen = landbouwinkomen.

De verkoop van eigen producten valt uiteraard onder het eigen landbouwinkomen. Of dat nu op de eigen hoeve gebeurt, via groothandel of rechtstreeks aan de supermarkt, maakt voor de VLIF-administratie geen verschil. Hier schuilt dus geen gevaar voor de lopende VLIF-steun.

 

  • Verkoop van sap/confituur van eigen fruit dat extern wordt verwerkt = inkomen uit landbouwverbreding.
  •     Verkoop van sap en confituur dat door een extern bedrijf in loondienst werd verwerkt, valt  voor de VLIF-administratie onder landbouwverbreding. Ook hier schuilt geen gevaar voor de lopende VLIF-steun, tenzij het landbouwverbredingsinkomen belangrijker wordt dan het landbouwinkomen.

  • Het laten verwerken van eigen landbouwproducten (kaas uit eigen melk, charcuterie uit eigen vlees, sap uit eigen fruit, …) door een derde om deze verwerkte producten vervolgens terug in te kopen om te koop aan te bieden in de Korte Keten wordt door de VLIF-administratie niet beschouw als een handelsactiviteit, maar gezien als loondienst. Het kan dus ook niet in rekening worden gebracht als omzet uit een niet-landbouwactiviteit.

 

  • Verkoop van producten van collega’s in de eigen hoevewinkel = inkomen uit landbouwverbreding.

  • De verkoop van producten van collega’s in de eigen hoevewinkel via Korte Keten, valt voor de VLIF-administratie ook onder landbouwverbreding. Korte Keten wordt door de VLIF-administratie geïnterpreteerd als de rechtstreekse verkoop, al dan niet via andere landbouwers of in een samenwerkingsverband, van producent naar consument. Ook hier schuilt dus geen gevaar voor de lopende VLIF-steun, tenzij het inkomen uit landbouwverbreding belangrijker wordt dan het eigenlijke landbouwinkomen. De verkoop van fruit van een bevriende teler uit de regio kan dus zonder probleem.

  • Wie daarentegen ook bier, koffie of appelsienen wil verkopen (maw een verkoop die niet onder Korte Keten kan ressorteren), dient onder het plafond van 5.880 euro omzet per jaar te blijven om de lopende VLIF-steun op zijn bedrijf niet in gevaar te brengen. Wie wel beoogd om boven deze omzet uit te komen, dient de hoevewinkel juridisch af te splitsen om zijn VLIF-steun niet in gevaar te brengen. Wordt je zelf bedrijfsleider van deze nieuwe juridische structuur, en ben je tevens bedrijfsleider van het landbouwbedrijf, dien je met jouw netto-beroepsinkomen uit de niet-landbouwactiviteit van de hoevewinkel onder de 12.000 euro te blijven.

 

Heb je zelf een prangende vraag rond een Korte Keten-thema? Stel ze per mail op steunpuntkorteketen@ons.be

Heb je bedrijfsspecifieke vragen rond verbreding en VLIF-steun? Dan kan je terecht bij Jacky Swennen, productmanager landbouw van SBB op jacky.swennen@sbb.be  



Comments


Momenteel zijn er geen reacties. Wees de eerste om een reactie achter te laten !

Plaats bericht


Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

Website

CAPTCHA Afbeelding
Geef bovenstaande code in: