Steunpunt Korte Keten,

jouw eerste aanspreekpunt
voor vragen over de korte keten.

15 jaar timmeren aan de weg van de Korte Keten

15 jaar timmeren aan de weg van de Korte Keten

Het Steunpunt Korte Keten viert feest. De organisatie was er vijftien jaar geleden als eerste bij om op te komen voor de belangen van land- en tuinbouwers die hun producten rechtstreeks verkopen. “Daardoor zijn we nog steeds het eerste aanspreekpunt voor alle land- en tuinbouwers met plannen rond rechtstreekse verkoop” vertelt Ann Detelder, bezieler van het eerste uur en  huidig coördinator van een groeiende organisatie. Enkel de afgelopen drie jaar verwerkte het Steunpunt meer dan 1.000 unieke adviesvragen en organiseerde ze meer dan 75 vormingen rond thuisverkoop.

 


Een Steunpunt voor Hoeveproducenten


“Gaandeweg gingen we duurzame relaties aan op verschillende beleidsniveaus en bouwden we relevante kennis rond ons specifieke thema op”. Via een website, een maandelijkse nieuwsbrief en de sociale media wordt deze kennis ook ontsloten naar de achterban van hoeveproducenten. Op vraag van de ondernemer wordt deze kennis aan de hand van één-op-één adviesgesprekken verder vertaalt naar het bedrijfsniveau. “Samen met de ondernemer bekijken we hun plannen en dromen rond de korte keten. Daar leggen wij dan het wetgevende kader naast waaraan men dient te voldoen. Dat we hierover op een neutrale manier kunnen informeren, is onze grootste troef” meent Ann.

Dat vertaalt zich ook in een jaarlijks stijgend aantal infovragers. vijftien jaar geleden was Jessie Bosmans van Hoeveslagerij ’t Waterbos één van hen. Jessie zag de dienstverlening van het Steunpunt de laatste jaren sterk evolueren. De werking van het Steunpunt vindt ze geen overbodige luxe: “Voor mij is het voordeel van het Steunpunt dat ik er vragen kan stellen zonder dat ik het gevoel hebt dat men mij er later ‘op zou kunnen pakken’”. Een gevoel dat sterk leeft bij hoeveproducenten beaamt Ann Detelder: “Voornamelijk de wetgeving voedselveiligheid schrikt nog velen af om de stap te zetten. Onze tijdsinvestering om op een ongedwongen, persoonlijke manier de bestaande wettelijke vereisten voor hun project stap voor stap in kaart te brengen is groot. Maar het rendeert wel op lange termijn.”

 


Een kleine geschiedenis van de thuisverkoop


Is rechtstreekse verkoop op het landbouwbedrijf een nieuw fenomeen? Door de vele aandacht voor het thema lijkt dit misschien wel zo, maar in feite zijn is het enkel een heropleving van een oude traditie. “Tot ver in de jaren ‘70 kon je immers op elk landbouwbedrijf wel eieren, fruit en groenten kopen” weet Ann. “Geregeld werd er een varken of koe geslacht, waarna het teveel aan vlees werd doorverkocht aan kennissen en buurtbewoners. Bijna ieder melkveebedrijf maakte zelf nog boter en karnemelk. De toenmalige bedrijfsstructuren leenden zich, anders dan vandaag, vaak ook beter voor thuisverkoop. Waar rechtstreekse verkoop vandaag een niche is, was dat vroeger bijna een evidentie.”

Landbouwbeleid gericht op efficiëntie en volumes zorgde ervoor dat thuisverkoop langzaamaan in de verdrukking geraakte. “In de jaren ’90 constateerde KVLV-Agra dat heel wat landbouwbedrijven, onder druk van de zwakke prijsvorming voor voeding, naar een neveninkomen moesten zoeken” vertelt Agra-manager Lieve Vanotterdijck. “Verbreding, voornamelijk onder de vorm van rechtstreekse verkoop, werd ook toen reeds aangereikt als uitweg uit de malaise. Met de vrouw op het bedrijf vaak als motor achter deze initiatieven, was het evident dat rond dit thema een belangrijke rol voor de Agra-werking was weggelegd. De zogenaamde 5B-projecten die we in West- en Oost-Vlaanderen uitvoerden, hielpen reeds heel wat bedrijven op weg.”

Dergelijke begeleiding was geen overbodige luxe. Het wetgevende kader rond de thuisverkoop zat immers sterk versnipperd en evolueerde snel. Voor land- en tuinbouwers was het vaak niet helemaal duidelijk waaraan men juist diende te voldoen. Voedselveiligheid had ook nog geen afzonderlijk agentschap. “Toch waren er ook toen reeds regels om te respecteren” weet Ann. “Anders dan vandaag, lag de investeringskost om aan het bestaande wetgevende kader te voldoen wel nog relatief laag. Zonder al te veel risico kon je als ondernemer nog experimenteren met thuisverkoop. Wie succes oogstte, kon langzaam groeien en investeerde stapsgewijs in functie van deze groei.”

En toen kwam de dioxinecrisis. Een voedselschandaal met vooral ook sterke politieke repercussies. Onder Europese druk werd het Federaal Agentschap voor de Voedselveiligheid (FAVV) opgericht. De controle op de veiligheid en kwaliteit van voedsel verstrengde. “Onze hoeveproducenten zijn bij uitstek ondernemers die trots zijn op hun producten” vertelt Ann. “Hun ‘controleurs’ zijn de vele klanten uit de buurt die regelmatig hun producten afnemen. Wie op dergelijke schaal werkt en de perceptie tegen krijgt, kan zijn plannen vaak opbergen. Voor een aantal van de nieuwe maatregelen was er dan ook begrip. De landbouwsector had in de publieke opinie immers een ferme deuk gekregen, en dat vertrouwen diende te worden herstelt.”

Anderzijds betekende een al te enthousiaste interpretatie van nieuwe regels soms ook een bedreiging van ambachtelijke praktijken. Zo gingen bijvoorbeeld een aantal hoevezuivelaars op de barricaden voor het behoud van hun rauwmelkse kazen. “De grote schaalverschillen in de voedingssector maken dat je voedselveiligheid maar moeilijk in één wetgevend kader kan vangen. We hebben het dan ook meermaals moeten opnemen voor de specifieke belangen van de hoeveproducent”. Met succes: op niveau van voedselveiligheid werden versoepelingen toegestaan voor wie rechtstreeks verkoopt.

 


Van Hoeveverkoop naar Korte Keten


Niet enkel de wetgeving, ook de afzetstructuur is de laatste jaren sterk veranderd. Waar rechtstreekse verkoop vroeger bijna gelijk stond aan een eigen hoevewinkel, zien we vandaag heel wat nieuwe initiatieven uit de grond schieten. Zo kennen boerenmarkten een heroplevig, kunnen zelfpluk- en CSA-systemen op interesse rekenen, zetten enkele retailers en horecazaken in op lokale producten … 

Een handvol organisaties wil de afstand tussen producent en consument verkleinen. Soms als maatschappelijke actie en gestoeld op vrijwilligerswerk. Soms als commercieel initiatief dat de afzet van lokale producten wil opschalen. “Het relatief beperkte succes van dergelijke initiatieven legt de trage veranderingsbereidheid van de doorsnee Vlaamse consument bloot” meent Bart Thoelen, projectmedewerker van het Steunpunt. “In buurlanden als Franrijk, Duitsland of Nederland lijkt het soms allemaal een pak sneller te gaan.”

Desalniettemin maken deze initiatieven voedsel recht van bij de boer weer helemaal hip bij nieuwe doelgroepen. “Waar hoeveproducten vroeger voornamelijk een ouder klantensegment aanspraken, zien we vandaag steeds vaker jonge gezinnen met kinderen en jonge 50-plussers op de hoeve die ook bewust een engagement wensen op te nemen in hun voedselsysteem. Men voelt zich aangesproken door claims als lokaal, gezond, transparant, vers en duurzaam. Claims die vaak inherent zijn aan de korte keten” vertelt Bart.

De troeven van deze korte keten zijn ook de beleidsmakers niet ontgaan. Zo kreeg Vlaanderen in 2012 een Strategisch Plan voor de Korte Keten. Ook hierin had het Steunpunt Hoeveproducten een sterke inbreng. VLAM zorgde vervolgens voor de promotie van de korte keten en de website Recht Van Bij De Boer bundelde online de keuzenmogelijkheden voor de doorsnee consument. Een sluitende definitie of label voor korte keten bleef uit, waardoor er verschillende interpretaties bleven bestaan.

Ook de provinciale besturen zijn pleitbezorgers van het eerste uur. Op verschillende fronten zorgen ze voor de regionale verbinding en de actieve promotie van hoeve- en streekproducenten. Sinds het IPO-advies rond lokale voedselstrategieën zijn ook de lokale besturen aan zet. Ook steden en gemeenten kloppen vandaag bij ons aan voor ondersteuning bij het opzetten van korte ketens.

Uit al deze initiatieven wil de Raad van Belang voor de Korte Keten de goede voorbeelden plukken en versterken. De Week van de Korte Keten, een campagne die vanuit de provincie West-Vlaanderen komt overwaaien, voegt ondertussen de daad bij het woord. [zie kadertekst] “Als coördinator van de campagne willen we als Steunpunt Hoeveproducten onze verantwoordelijkheid in dergelijke initiatieven opnemen” vertelt Ann.

Ook de traditionele landbouworganisaties lijken sinds kort de rol van de rechtstreekse verkoop voor de land- en tuinbouw te erkennen. Meer en meer wordt de Korte Keten gezien als een volwaardige landbouwactiviteit. “Partners als het Innovatiesteunpunt zorgen ervoor dat land- en tuinbouwers via innovatieve concepten originele antwoorden kunnen formuleren op de hoge verwachtingen van de doorsnee consument” meent Bart. “Samen kunnen we de ondernemers nog weerbaarder maken tegen de vele uitdagingen waar de sector mee kampt.”

 


Wat brengt de toekomst?


Ondertussen zijn meer dan 3.000 land- en tuinbouwbedrijven in Vlaanderen actief in de korte keten. De vragen waar hoeveproducenten mee zitten, evolueren mee met de tijd. “Het marktpotentieel en de rendabiliteit van nieuwe projecten onderzoeken blijft uitdaging” weet Bart. Naast het initiëren in de bestaande wettelijke kaders wil het Steunpunt dan ook sterker gaan inzetten op opvolging en nazorg voor starters in de korte keten. “Extra kansen zitten er in de samenwerking tussen producenten: het uitwisselen van kennis en expertise, het gezamenlijk inzetten op een groeiende markt, het delen van een grote investeringskost … zijn slechts enkele manieren om de slagkracht van de korte keten te vergroten.”

“Het Steunpunt Hoeveproducten heeft ook heel wat inspirerende voorbeelden in huis die je als starter op weg kunnen helpen” meent Koen Tierens van De Plukheyde. “Maar éénmaal op weg is extra ondersteuning in het zichtbaar maken van verkoopkanalen van landbouwers welkom”. Ook daar wil het Steunpunt in beperkte mate toe bijdragen. Jef Torfs, projectmedewerker van het Steunpunt verduidelijkt: “Via pilootprojecten rond nieuwe afzetkanalen herdefiniëren we voorzichtig onze rol. Met projecten als Brussel Lust verwerven we geleidelijk aan expertise rond het logistieke knelpunt van de korte keten. Met het FoodHub-concept experimenteren we met de potentiële synergie tussen hoeveproducenten en de brede beweging die KVLV is. Omdat we geloven dat korte keten ook meer is dan goede promotie en storytelling, maar integraal deel kan uitmaken van een gezond en goed leven.”

De energie achter dit Steunpunt kan gedijen op de vele positieve contacten met de volgende generatie land- en tuinbouwers. Bart: “We horen veel goesting om te blijven boeren, maar op een schaalgrootte en met risico’s waar men zich comfortabel bij kan voelen. Multifunctionele landbouw, en meer bepaald de korte keten, is voor jonge ondernemers aantrekkelijk. De potentiële meerwaarde, de risicospreiding het sociale contact met de buurt … het speelt allemaal mee. Zulke bedrijven kunnen een meerwaarde voor de hele sector zijn omwille van het positieve imago dat zij uitdragen.”


Sluit je aan bij deze groeiende beweging van land- en tuinbouwers door word lid van het Steunpunt Korte Keten.



Comments


Momenteel zijn er geen reacties. Wees de eerste om een reactie achter te laten !

Plaats bericht


Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

Website

CAPTCHA Afbeelding
Geef bovenstaande code in: